Dit is een voorbeeld van het plannen van een spel om door een Tunnel te gaan.
Wij nemen weer een auto. Je wilt een goed spel met je auto. Je wilt door de bergen rijden, door het stof rijden. Je wilt een spannend spel met je auto.
Je denkt dat als je dit spannende spel met je auto speelt, je auto vies wordt.
Je plant om het spel te spelen en dan met je auto door de wasstraat te rijden. Het plan is om door een Tunnel te rijden, door de wasstraat.
Dit is een gepland spel.
De ziel plant zijn spellen op precies dezelfde manier.
Ten eerste speel ik als ziel een spannend spel. Dan ga ik als ziel door een Tunnel. De Tunnel brengt mij als ziel naar een andere toestand.